januari - Louwmaand - IJsmaand - Wolfsmaand
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
_1[6].jpg)
Weerspreuk 1 januari: Van 10 tot 10 januari daalt de gemiddelde temperatuur
met meer dan 1 graad Celsius.
De rozebottels hangen als robijnen langs de weg.
Schijnt de zon op nieuwjaar,
Dan wordt het een goed appeljaar.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 2 januari: Deze maand geeft gemiddeld 17 dagen vorst.
Met nieuwjaar lengt de dag,
Zoveel een haantje kraaien mag.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 3 januari: januari geeft gemiddeld 22 regendagen, met 78 mm nat.
Wie op Sint-Genoveva snoeit,
Zijn boomgaard overmachtig bloeit.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 4 januari: Bij sneeuw of koude wind
Zingt het roodborstje steeds blijgezind.
Vriest het op de elfde nacht,
Zes weken vorst wordt er verwacht.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 5 januari: Wanneer er geen sneeuw ligt,
delft de grote groene specht meer mieren.
Nevel in januari ontstaan,
Brengt een natte lente ons aan.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 6 januari: Van nu tot 25 januari geeft de zon de minste warmte.
Als 't op Dertiendag vriest,
Vriest het dertien weken lang.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 7 januari: Binnenshuis mag je margriet en anjelier zaaien.
Met Driekoningen lengt de dag
Zoveel een geitje springen mag.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 8 januari: In 1565 lag de Schelde vóór Antwerpen dicht met twee voet ijs.
Als Brugse kant prijkt de bevroren bereklauw in de vrieslucht.
Geen dag is er zo koud en grijs,
Die de heggemus brengt van de wijs.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 9 januari: In de weiden van Damme grazen thans de wilde ganzen.
Draagt deze maand een sneeuwwit kleed,
Dan is de zomer zeker heet.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 10 januari: Dit is gemiddeld de koudste dag van het jaar,
met slechts 0,6 graden Celsius warmte.
In Louwmaand mag het vriezen stenen uit de grond;
De boer en zal niet kniezen, maar vindt het heel gezond.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 11 januari: Van nu af tot 31 januari stijgt de gemiddelde temperatuur
met 2,4 graden Celsius.
Als ik januari was,
Ik deed de ketel boven 't vuur vervriezen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 12 januari: Dit is de dag waarop het gemiddeld het diepst vriest.
Als de kat in januari in de zon ligt,
Dan kruipt ze in februari achter de kachel.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 13 januari: De kolganzen uit Noord-Rusland
zijn reeds eeuwen bij ons te gast.
Vriezende januari, natte februari,
Droge maart, regenachtige april.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 14 januari: Al is de winter in het land,
De winterkoning zingt in heg en kant.
Geeft Sint-Hilarius zonneschijn,
Dan zal 't weldra kouder zijn.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 15 januari: Heden zijn de zes donkere weken voorbij;
Geef de arme een duit, een druppel en een pannekoek.
Sint-Pauwel is de eerste
Van drie harde koppen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 16 januari: Geeft januari sneeuw en vorst,
Vaak de boer veel granen dorst.
Wast het graan in januaar,
Dan is de zomer in gevaar.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 17 januari: Als 't vriest op Sint-Antonius,
Dan dooit het op Sint-Sebastiaan.
Sint-Antonius, schoon en helder,
Vult het vat en ook de kelder.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 18 januari: De week die thans volgt is gemiddeld
de minst zonnige van heel het jaar.
Sint-Petrus' stoeltje koud
Wordt veertien dagen oud.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 19 januari: Sneeuwjaar, rijk jaar.
Kokmeeuwen uit het noorden zijn te gast in onze winter.
Geeft sint-Sulpitius schoon ijs,
Dan is de lente goed en wijs.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 20 januari: Op Fabiaan en Sebastiaan zal het sap in de bomen gaan.
Meeuwen op het land, storm op de hand.
De dagen lengen; Op nieuwjaar een haneschree,
Op driekoningen een hertesprong,
Op Sebastiaan een vol uur.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 21 januari: De zon komt in het teken van de waterman.
Nieskruid of nieswortel, het Sint-Agneetkruid, de kerstroos, bloeit.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 22 januari: Gemiddeld eindigt de kou van -10 graden Celsius en meer!
Sint-Vincent, honderd dagen vóór mei.
Vincentius' zonneschijn
Brengt veel koorn en wijn.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 23 januari: Januari en veel regen is voor de boerenstand een zegen.
Is januari nat,
Ledig blijft het korenvat.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 24 januari: Soms rolt het onweer over de einders.
Als januari stof maakt,
Dan groeit het koren als een eik.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 25 januari: Dit is gemiddeld de rekorddag van de grootste koude.
In 1881 vroor het -25 graden Celsius in de Kempen.
Met Sint-Paulus Bek legt de ekster haar eerste stek.
En 't is nog geen mei, of ze legt haar eerste ei.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 26 januari: De mossen groenen en steken sporendoosjes op hun steel omhoog.
De grote bonte specht zoekt haar roffelboom.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 27 januari: Laagste temperatuur in Nederland: Winterswijk 1942 -27,4 graden Celsius.
Gedurende de milde winters staan de narcissen al een vuist hoog.
Dansen de muggen in januaar,
Dan wordt de boer een bedelaar.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 28 januari: In januari veel regen, weinig snee,
Doen bergen, dalen en bomen wee.
Als 't in januari dondert,
Wees voor ziekten niet verwonderd.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 29 januari: Brengt men ons thans sterke vorst,
Dan lijden wij 's zomers noch honger noch dorst.
Geeft januari een sneeuwtapijt,
Dan zijn we gauw de winter kwijt.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 30 januari: Dit is gemiddeld de warmste dag van de maand.
Dooien op Sint-Aldegonde
Vult de kelders met een vloed van zonde.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 31 januari: Mossen en varens weten een dag vóór de mensen,
dat het dooien zal.
Geeft januari koude en droge dagen,
Dan zal in februari de sneeuw u plagen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
|