Februari - Sprokkelmaand - Schrikkelmaand - Kortemaand
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
_1[6].jpg)
Weerspreuk 1 februari: Een springvloed in 1953 zet in de Lage Landen 133.000 ha. blank, doodt 1850 mensen en veroorzaakt 1 miljard guldenschade.
Morgen is er nooit een vrouwke zo arm,
Of ze maakt haar panneke warm.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 2 februari: Te Lichtmis valt de sneeuw op een warme steen.
Heb voor 't weder goede moed als de storm thans woedt.
«Soo veel daeghen als den Leeuwerik voor Vrouwe Lichtmis singht, swijght hij daer nae» (1648)
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 3 februari: Blasius is een koud manneke,
Appolonie een koud vrouwke.
Blasius op, Blasius nere,
Blaast hij nog, Ik blaze were.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 4 februari: Februari geeft gewoonlijk 17 dagen vorst en evenveel dagen regen,
met 65 mm neerslag.
Op Sint-Veroontje
Verplant uw boompje.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 5 februari: Grootste gemiddelde sneeuwhoogte in Nederland: 42,5 cm in 1942.
Als de temperatuur tien uur boven 4 graden Celsius is geweest, dan ziet men krokussen.
Zolang de mol wroet, komt er geen vorst.
Water op Sint-Agate
Is melk in de boterkarn.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 6 februari: De dagen lengen ieder etmaal meer dan drie minuten.
In februari stijgt de leeuwerik een ploegsteert hoog.
Sint-Amaan doe het zaaikleed aan.
Sint-Machuit doet het uit. (24 november)
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 7 februari: Februari en wintert nooit zo fel,
Of zij geeft drie schone dagen wel.
Regen in kortemaand,
Vries in maartemaand. (Zuid-Vlaanderen)
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 8 februari: In februari kemelen de katers en femelen de katten.
«In 1526 zag men in 't Land van Waes soo geweldige stormen der winden dat er veele huysen werden omgeworpen » (kroniek F.J. de Castro)
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 9 februari: Als de doornboom lekt, drinken de vetweiders wijn.
Apollonia komt binnen met een witte hoed of met een hoge vloed.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 10 februari: Haal wilgen-katjes in huis.
De thermometer kan voortaan al eens 15 graden Celsius aanwijzen.
Veel te vroege lente geeft brood zonder krenten.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 11 februari: De kans voor zwaar winterweer is is gedaald tot één op veertig.
Als de hagen likken
Zullen de koornwagens kwikken.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 12 februari: Dit is gemiddeld de koudste dag van de maand.
Helder en klaar,
Geeft een vruchtbaar roggejaar.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 13 februari: Als 't kort maandeke te veel op maarte trekt,
De boer een scheve muile trekt.
Aan de waterkant bloeit de rossige bloem van het groot hoefblad.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 14 februari: De treurwilg begint te groenen en te gelen.
Een donkere februari maakt een goede oogst.
Dits de dach van Sente-Valentine,
Op dien dach kiesen de voghelkens hare ghenoeten in den woude.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 15 februari: De grote lijster zit reeds te tierelieren
Op de toppen van hoge populieren.
Februari mist,
Hooi in de kist.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 16 februari: Sprokkel komt verklaren,
Dat men hout en kool moet sparen.
In februari sneeuw en regen,
Betekenen goddelijke zegen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 17 februari: Na vandaag komt gemiddeld geen vorst lager dan -5 graden Celsius meer voor.
Klaar weer op Sint-Sylvijn,
't Zal nog twee maand winter zijn.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 18 februari: De krokus bloeit, het plantenleven ontwaakt.
Geeft februari klaverblad,
Pasen dekt met sneeuw uw pad.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 19 februari: Het sneeuwklokje ontluikt, het voorkind van de warme dagen.
De zon komt in het teken van de vissen.
Ruwe wind in februaar
Duidt steeds op een vruchtbaar jaar.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 20 februari: Trillend puurt de distelvlinder nektar uit het klein-hoefblad.
Blijft de storm in februari raar
Beschut u in april voorwaar!
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 21 februari: In 1758 lag de Schelde vóór Antwerpen en tot Kruibeke gedurende 22 dagen vast.
Zoet water in de korte maand is niet gelijk 't betaamt.
De boer die zegt 't en mag niet zijn,
Het doet plezier aan het venijn.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 22 februari: Na Sint-Pieter wordt het eten van het vesperbrood hervat.
«Als Sint-Pieter sijne stoel plant,
Dan commen d' oyvaers weer in 't land.» (1636)
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 23 februari: De ongeduldigen beginnen te tuinieren.
Nu gaan de katten te koor!
In de korte maand regen
Is vette en brengt zegen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 24 februari: De zwarte els ontluikt.
De grote lijster roept nu luid: « De winter is weer uit! »
Als Sint-Mathijs geeft sneeuw en ijs,
Kunt ge verwachten nog veertig zulke nachten.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 25 februari: Na vandaag komt er geen vorst meer voor van -15 graden Celsius.
Roept de steenuil al zo vroeg,
De boer bekijkt reeds zijn ploeg.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 26 februari: In februari klagen de boeren het minst.
Is februari kil en nat,
Ze brengt koren in het vat.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 27 februari: De vlinders zijn daar: citroentjes en schoenlappers!
Als de reigers naar hier komen, teken van onstuimig weer.
Gaan de mieren al aan 't garen,
Wachten u vorst en koude nachten.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 28 februari:
« De cauw was so groot vroegh ende laete
Dat den wijn in de gelaesen vervroor »
(1564)
Sint-Romanus hel en klaar,
Wijst op een vruchtbaar jaar.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 29 februari: Februari is een sukkelken tussen jan en maart.
Plant ajuin, look en sjalot in volle grond.
Blazen in februari de muggen alarm
Hou dan in maart uw oren warm.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
|