Mei - Groeimaand - Vrouwenmaand - Bloemenmaand
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
_1[6].jpg)
Weerspreuk 1 mei: Sierlijk groet het meiklokje maagdekens en vrouwen.
De oeverloper trippelt aan de waterkant.
Met de eerste mei hebben alle vogels een nest of een ei.
Behalve de kwakkel en de spriet, die wonen met Sint-Jan nog niet.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 2 mei: Tot het eind van de maand stijgt de temperatuur met 4,4 graden Celsius.
Mei telt gemiddeld 13 regendagen met 35 mm neerslag, minst van gans het jaar.
Een koude mei,
Een gouden mei.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 3 mei: Beluister nu de nachtegaal,
De gekrulde rabarber bloeit.
Wil meie koele zijn,
Zij geeft veel hooi en goede wijn.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 4 mei: Maak bloedzuiverende soep van jonge neteltoppen.
De grasmus fladdert op en neer.
De lijsterbes en de wilde kastanje bloesemen.
Is het weer in mei te mooi,
Dan krijgt de schuur maar weinig hooi.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 5 mei: De meidoorn staat in bruidstooi: binnen drie maand is het oogst.
Mei koel en wak,
Veel koren in de zak.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 6 mei: Het donker rood-bruin loof van de beuk ontplooit zich tot een mozaïek,
zodat elk blad de zon kan opvangen.
Een landman trouw aan de mode,
Mist met Sint-Jan zijn pels nog node.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 7 mei: De glycine rankt omhoog en de hop moet reeds 7 voet hoog staan.
In mei klinkt de mist,
In september slaat hij neer.
Meiregen op het zaad
Is goud op de plaat.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 8 mei: De dagen lengen 's morgens nog anderhalve minuut en 's avonds evenveel.
Als de spotvogel terug is, moet men bonen planten.
Natte mei,
Boter in de wei.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 9 mei: De kwartel slaat: kwiekmediet-kwiekmedat!
De kweeboom en de goudenregen bloeien.
Sint-Macharius rust noch duur,
Want de hemel staat in vuur.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 10 mei: Koninklijk en trots groeit de eenbes in het loofbos.
Op Sint-Job
Plant men de bonen hals over kop.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 11 mei: Regen op Sint-Walburgisnacht
Heeft steeds een kelder volgebracht.
Als is Mamertus oud en grijs,
Hij houdt van vriezen noch van ijs.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 12 mei: Op Sint-Pietersdag droogt de weg, lammert het ooi,
trekt de aal, verhuist de meid en varen de schippers.
't Kan vriezen in de mei tot de ijsheiligen zijn voorbij:
Mamertus en Pankraas, Servatius en Bonifaas.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 13 mei: Als 't weer nat en kil was, bakte men spekpannekoeken en
offerde er een dozijn om het weer te houden.
Voor Servaas geen zomer, na Servaas geen winter.
Dit is Servaas, de wijndief.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 14 mei: Regenrekord te Leuven in 1906: 200 mm neerslag op 195 minuten.
De klaver bloeit.
De eerste kopmeeuw kruipt uit de dop.
Sint-Bonifaas, die geeft er, let er op,
De laatste zak de vriesman op.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 15 mei: Luister in het riet, naar de karekiet.
Zoete mei, boerengeschrei.
Is half mei de sla al gaar,
Dan levert de oogst een goede korenaar.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 16 mei: De hommels kraken de ruige honigkast van de paarse en witte smeerwortel.
Regen en wind in 't midden van mei maakt de boeren niet blij.
Als de mei zal dauw verspreiden,
Zult gij hebben groene weiden.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 17 mei: Het duinroosje bloeit als eerste van de rozenfamilie.
In mei alvast, zijn jas en hoed tot last.
De nachtegaal broedt.
Het onweer in de schone mei
Doet 't koren bloeien op de hei.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 18 mei: Als 't dondert in de mei, valt er dikwijls hagel bij.
Tuinfluiter en zwartkop zingen volop.
Donder en weerlicht in mei,
Slecht voor ajuin en prei.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 19 mei: De koekoek doet nu weer zijn best; hij legt een ei in buurmans nest!
De brem en de frambozen bloeien.
Een bij in mei
Is zo goed als een ei.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 20 mei: Er volgt gewoonlijk veertien dagen mooi weer.
Talrijke insekten ontpoppen.
Weest op uw hoede en waakt nu wel,
Want mei baart dikwijls kattenspel.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 21 mei: Hemelsblauw ziet het vergeet-mij-nietje u aan,
zodat gij het niet vergeten kunt!
Mei is somtijds een stoute prij,
Want in de zonne kookt men brei.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 22 mei: Hebt gij de witte kaars van een paardekastanje al eens
van dichtbij gezien en geroken?
Meiregen is geldregen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 23 mei: De zon komt in het teken van de tweelingen.
Als je de koekoek hebt gehoord, mag je voortaan barrevoets lopen.
Als op 't eind van mei d'eikels bloeien,
Zal daar een vet boerenjaar uit groeien.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 24 mei: De koekoeksbloem zet haar rode lantaarntjes uit.
Mei koel, juni nat,
Brengt koren in het vat.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 25 mei: Voortaan kan het kwik 30 graden Celsius bereiken.
Op Sint-Urbaan begint het te donderen.
Sinte-Urbaendach gaet de lenten uut,
Dan komt die Somer met syne virtuut. (15e eeuw)
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 26 mei: De bedwelmende geur van kamperfoelie trekt de nachtvlinder aan.
Het madeliefje, het teer kersouwken, siert de graskant.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 27 mei: De hitte zindert boven de geelwitte schermen van de vlier.
De zwaluwen broeden.
Van de bloem
Bekomt mei de roem.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 28 mei: Hoeveel soorten klaver hebt ge al gevonden?
Normaal komt thans de eerste grote warmte +25 graden Celsius.
Bijenzwerm in mei,
Goed teken voor de wei.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 29 mei: De den bloeit, de jonge kegels rijpen.
Als maart niet gaart en april niet wil,
Doet mei het voor allebei.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 30 mei: Op Sinte-Petronella heet of wak,
Het geld smelt in uw zak.
Is het klaar met Petronel,
Dan meet men vlas met een el.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
Weerspreuk 31 mei: : De hondsroos bloeit.
De mei zit op het jaar!
In mei warme regen
Betekent boerenzegen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)
|