Beginpagina van Plantaardigheden.nl
Actuele toepassingen van planten
© Wolverlei Tekst en Beeld –  Martin Stevens
 

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Sitemap
Index

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

Overzicht van artikelen en toegankelijk gemaakte oude plantenboeken over

Eewigdurende Natuurkalender
Begin
  Januari
  Februari
  Maart
  April
  Mei
  Juni
  Juli
  Augustus
  September
  Oktober
  November
  December
 
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel
Bijgewerkt
4-04-2012

Oktober - Zaaimaand - Eikelmaand - Wijnmaand
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 1 oktober: Vroeger trok de boer zijn rode slaaplijf aan en de boerin haar blauwe baaien rok.
Er zijn twee kwade getijden:
Pasen als men moet zeggen en Bamis als men moet leggen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 2 oktober: De gemiddelde temperatuur daalt met 5 graden Celsius
tot het einde van de maand.
Engel-Bewaarder sta mij bij.
En maak de winter rap voorbij.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 3 oktober: De sneeuw- en ijsgorzen komen uit het noorden
langs onze kust en stromen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 4 oktober: Vink, sijs, keep en kneu zijn op trek.
Doortrekkende eenden bezoeken onze kreken.
Sint-Franciscus van Assiezen,
Maak sterk de tenen en de biezen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 5 oktober: Betast het driekantig, rood glanzend beukenootje.
Zingt het roodborstje hoog in de bomen, goed weer:
zingt het laag in de struiken, slecht weer.
Met Sint-Remi, geren of nie,
Begint er de winter.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 6 oktober: De dagen strengen 's morgens gemiddeld meer dan anderhalve minut
en 's avonds evenveel.
Ik kom met Regen een een groot gedruis van Winden,
Past dan op uw Dyk en Dak, eer ik die kom verslinden.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 7 oktober: Kan nauw met Rozenkrans
Een gans aan de spurrie zich verzaden,
Dan is er toch nog kans
Dat Sint-Rafaël er een koe ziet in waden.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 8 oktober: De winterappelen worden binnengehaald.
Verdwijnt de boer van de akker,
Dan worden hond en jager wakker.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 9 oktober: Sint-Denijs met water
Deugt niet voor de petater.
Goede brave Sint-Denijs,
Geef ons vuur en weinig ijs.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 10 oktober: De vledermuis begint haar winterslaap.
Komt van 't land de veldmuis,
Breng dan turf en hout in huis.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 11 oktober: In Brabant wordt de wintertarwe gezaaid.
Wie wat bijkomen wil, eet peren na ieder maal!
Treedt Gommarius met droogte in,
De zomer zal nat zijn van in 't begin.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 12 oktober: Vóór vandaag werd in de Lage Landen nooit sneeuw gezien.
Houden de kraaien school,
Zorg voor hout en kool.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 13 oktober: Het land ligt vol gouden dukaten.
Volgen op Sint-Goemer droge dagen,
De zomer zal door veel nat mishagen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 14 oktober: De bonte en de zwarte kraai wieken over de velden
al roepend: «spaar... spaar»
Kruipen de muizen diep in de grond,
Zo maken zij een strenge winter kond.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 15 oktober: De roek zit op de mestvaalt.
Kraanvogels trekken over.
Met Sint-Treesje
Valt het laatste beesje.
Trezekens zomer begint.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 16 oktober: Wanneer de lijsterbessen in het hoge Noorden mislukt zijn,
komen de eerste pestvogels aan.
Met Sint-Gal
Blijft de koe op stal.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 17 oktober: De kwauwen uit Oost-Europa trekken door,
Na de bloei van de wilde peen vouwt het scherm zich samen.
Draagt de haas nog zijn zomerkleed,
Dan is de winter nog niet gereed.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 18 oktober: De zwarte kraai blijft hoofdzakelijk als standvogel.
In alle fatsoenlijke tuinen
Draait de aster op zomerpuinen.
Zwammen vormen in 't gras soms magische heksenkringen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 19 oktober: De lente heeft bloemen, de zomer bladeren.
De herfst vruchten, de winter takken.
Na Sint-Lukas hoort men de donder niet meer.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 20 oktober: De bonte kraai trekt over.
Vandaag is het gewoonlijk zo warm als de gemiddelde jaartemperatuur.
Doe met Ursula de oogst naar binnen,
Anders komt Judas met sneeuw voor de pinnen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 21 oktober: Op d' oude vlier staan zwammen: het Judasoor.
Oktober vijs, november grijs, december ijs.
Als 't waait en vriest in oktobernacht,
Den verwachten wij een januari zacht.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 22 oktober: De wilde kastanje verliest zijn bladeren.
Brengt oktober veel vorst en wind,
Zo zijn januari en februari zeer mild.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 23 oktober: Oktober geeft gemiddeld 20 regendagen en 86 mm neerslag.
Thans zijn de spechtensmidsen in volle bedrijf!
Met Sint-Severijn,
Kan 't al winter zijn.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 24 oktober: De zon komt in het teken van de schorpioen.
Koperwiek en kramsvogel zijn nu volop op trek.
Worden de bladeren geel en krom,
Kijkt maar naar uw kachel om.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 25 oktober: De linde verliest haar bladeren.
Een koude oktober,
Een zachte nieuwjaarsmaand.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 26 oktober: De zwarte aalbesstruik wordt bruin.
Houdt de boom de bladeren lang,
Weest voor een lange winter bang.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 27 oktober: De aalbes en de kruisbes verliezen bladeren.
In oktober veel regen,
Voor 't kerkhof altijd zegen.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 28 oktober: tober Eertijds werd slechts nu de kachel aangemaakt.
De overtrekkende boomleeuwerik roep « zoetelief, zoetelief »
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 29 oktober: In oktober zitten de takken de nevel.
De esdoorn en de populier worden kaal.
In oktober warm en fijn,
't Zal een scherpe winter zijn.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 30 oktober: Oktobervorst, zachte winter,
De spinnewebben worden zichtbaar.
Is oktober nat en koel, wordt de winter zacht en zwoel.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)

Weerspreuk 31 oktober: De noteboom en de olm verliezen hun loof.
Onze meeste wintergasten zijn terug.
Ik was de achtste maand, als maart de eerste was,
En dus was toen mijn naam oktober, mij van pas.
Bron: Eeuwigdurende Natuurkalender voor de Nederlanden (Vlaamse Toeristenbond)