betelnootpalm, pinangpalm: de vrucht van de betelnootpalm in een blad van de betelpeper, Piper betle, geeft een betelpruim, sirih
Camellia sinensis
theestruik:
het blad (gefermenteerd of
ongefermenteerd) wordt gebruikt voor thee
Cannabis sativa sunsp. indica
hennep: klieren op bladen en schutbladen van de vrouwelijke bloemen (verwerkt tot bhang, ganja, hasjiesj, hasj, kif, marihuana, wiet)
Catha edulis
qatboom: vers blad (qat, khat, kat)
Coffea arabica, Coffea canephora
koffieplant: van de gebrande bonen wordt koffie gemaakt
Cola acuminata
kolaboom: kolanoot (vermoedelijk zitten stoffen uit de kolanoot in cocacola)
Erythroxylum coca
cocaboom: blad (coca, cocaïne)
Hordeum vulgare
gerst(brouwersgerst): van gemoute gerst wordt bierbeslag bereid, waarvan door vergisting bier wordt gemaakt (de smaak wordt verbeterd door hop, Humulus lupulus)
Humulus lupulus
hop, wordt toegepast bij de bereiding van bier
Ilex paraguariensis
matéboom: blad (maté)
Lophophora diffusa, Lophophora williamsi
peyotecactus: cactusgedeelte (peyote)
Nicotiana tabacum, Nicotiana rustica
tabak, boerentabak: gedroogd blad voor tabak in sigaretten en sigaren
Papaver somniferum
slaapbol: melksap in jonge vrucht, blad en stengel (opium, heroïne, morfine, codeïne)
Piper betle
betelpeper: blad (de betelnoot, de noot van Areca catechu, wordt hierin gewikkeld tot betelpruim)
Piper methysticum
kava, kawa-kawa: wortelstok (kava)
Psilocybe cubensis, Psilocybe semilanceata
kaalkopje: paddestoel (paddo)
Saccharomyces cerevisiae
gist (een schimmel): wordt toegepast bij de bereiding van alcohol (bier, wijn, sterke drank)
Theobroma cacao
cacaoboom: gefermenteerde en geroosterde zaden (cacao, chocola)